Mijn visie
Ieder kind heeft een eigen kompas. Soms staat dat kompas even scheef, raakt het overspoeld of weet een kind niet meer welke kant op te bewegen. In mijn werk loop ik een stukje mee, kijk ik aandachtig mee en help ik richting te geven.
Als pedagoog voel ik weinig voor het snel ‘plakken’ van diagnoses. Een label op zichzelf helpt een kind naar mijn idee immers niet direct verder. Tegelijkertijd kan zorgvuldig kijken en onderzoeken wél veel betekenen: het geeft woorden aan wat ouders en kind vaak al langer ervaren, maakt patronen zichtbaar en biedt richting voor wat een kind nodig heeft in het dagelijks leven.
Onderzoek is voor mij daarom geen doel op zich, maar een manier om te begrijpen. Soms kan onderzoek, bijvoorbeeld gericht op cognitieve mogelijkheden, helpend zijn om inzicht te krijgen in hoe een kind denkt, leert en informatie verwerkt. Voor ouders brengt dit vaak overzicht en erkenning. Tegelijk vertelt geen enkel profiel of score het hele verhaal. Daarom kijk ik altijd verder dan scores, labels of diagnoses en zie ik elk kind als een individu met:
- unieke talenten
- eigen gevoeligheden
- en specifieke behoeften in deze wereld
Mijn werkwijze is transdiagnostisch: niet het label staat centraal, maar de vraag:
“Wat heeft dit kind nodig om zich gezien, begrepen en veilig te voelen?”
Door signalen vroegtijdig te herkennen, ontstaat ruimte om te ondersteunen voordat problemen zich opstapelen. Zo bouwen we samen aan een stevige basis waarop een kind kan groeien en bloeien, op zijn of haar eigen manier.
Ik zie onderzoek dan ook niet als een eindpunt, maar als een middel om richting te geven en verder te kijken.